Risicobeheersing 2015

Risicobeheersing is een integraal onderdeel van onze managementcyclus. Naast de dagelijkse sturing op en beheersing van risico’s die gepaard gaan met operationele uitvoering door het management, is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de UWV-brede prioriteiten een expliciet onderdeel van onze planning- en controlcyclus. Hiervoor gebruiken we een aantal specifiek op risicomanagement geënte overleggen en instrumenten. Divisies en directies voeren periodiek assessments uit en nemen beheersmaatregelen om de risico’s weg te nemen, te beheersen of te reduceren. Daarnaast evalueren we de kritieke bedrijfsprocessen. De bevindingen worden teruggelegd in de uitvoering; het effect van de genomen beheersmaatregelen volgen we in de maandrapportages.

Hieronder geven we een overzicht van de risico’s in relatie tot het UWV Jaarplan 2015. Daarnaast hebben wij actuele risico’s met betrekking tot de Wwz opgenomen.

  • De ingrijpende wijzigingen als gevolg van wet- en regelgeving, in combinatie met de taakstellingen op het budget en de noodzaak om de stabiliteit van de ICT te verbeteren, beperken de ruimte voor andere wijzigingen in de organisatie. De afgelopen maanden stonden volop in het teken van het prioriteringsproces voor de projectportfolio 2016. De prioritering is gericht op het voltooien van vergevorderde projecten, het heroverwegen van projecten die nog moeten starten en het ruimte maken voor nieuwe projecten die noodzakelijk zijn voor stabiliteit en continuïteit. Door de beperkte financiële middelen is er daarmee in 2016 relatief weinig ruimte voor innovatie van het ICT-landschap op de thema’s e-werken, e-dienstverlening en gegevenshuishouding.

  • De nieuwe wijze van inkomstenverrekening en de gewijzigde betalingsdatum van WW-uitkeringen als gevolg van de Wwz kunnen een negatieve invloed hebben op de klanttevredenheid. Per 1 juli 2015 is de Wwz in werking getreden. Deze nieuwe wet heeft een grote impact op onze bedrijfsprocessen. Alle benodigde voorbereidingen zijn op tijd afgerond: de systeemaanpassingen zijn uitgevoerd en de benodigde extra medewerkers zijn aangetrokken en opgeleid. Wij wijzen nieuwe WW’ers erop dat zij aan het begin van een kalendermaand altijd al hun inkomsten over de maand daarvoor moeten doorgeven en dat de uitkering pas daarna wordt uitbetaald. In de maand augustus hebben we daarnaast extra maatregelen genomen om klanten te attenderen op het belang van het invullen van een inkomstenformulier. Het eerste weekend van augustus was UWV telefonisch bereikbaar voor vragen en hulp. Ook hebben we klanten die het inkomstenformulier nog niet hadden ingevuld, gebeld om ze hieraan te herinneren. Verder zijn er voor uwv.nl extra banners en animaties ontwikkeld en is de vindbaarheid van het inkomstenformulier verbeterd. Analyses hebben uitgewezen dat wij er rekening mee moeten houden dat de klanttevredenheid over de WW-uitkeringsverstrekking 1 tot 1,5 procentpunt zal dalen. In dat geval zullen wij de met het ministerie van SZW afgesproken norm van 7,0 niet realiseren.

  • Voor klanten met een arbeidsongeschiktheidsuitkering is slechts in beperkte mate dienstverlening beschikbaar bij het vinden van werk. Dit heeft een negatieve invloed op de klanttevredenheid. De meting van de klanttevredenheid halverwege dit jaar laat zien dat de algehele klanttevredenheid van uitkeringsgerechtigden is gedaald van een 7,0 naar een 6,8. Dat komt vooral door de dalende tevredenheid van WGA’ers en Wajongers die volgens UWV mogelijkheden hebben om gedeeltelijk te werken en dat vaak zelf ook willen. Voor hen is slechts in beperkte mate dienstverlening beschikbaar bij het vinden van werk. Dit leidt tot teleurstelling in de mogelijkheden die UWV hun daarbij biedt. Binnen de beperkte mogelijkheden die we hebben, proberen we geld te reserveren voor deze doelgroep. In 2015 hebben we hiervoor € 12 miljoen kunnen vrijmaken. Met dat geld kunnen we echter nog steeds slechts een kleine groep beperkte dienstverlening bieden.

  • De online dienstverlening sluit soms niet geheel aan op de klantverwachtingen, waardoor de klanttevredenheid onder druk komt te staan. In overleg met het ministerie van SZW hebben we maatregelen genomen om klanten die moeite hebben met het online kanaal te laten wennen aan en te ondersteunen bij het gebruik van onze online dienstverlening. Klanten die geheel niet kunnen omgaan met of geen toegang hebben tot onze online dienstverlening, bieden we alternatieve dienstverlening. Voor beide groepen klanten blijven deze vormen van ondersteuning beschikbaar in de laatste maanden van 2015 en geheel 2016. Hiermee blijven beide risico’s beheerst.

  • Door de toegenomen digitalisering en automatisering van onze uitvoering zijn een veilige digitale infrastructuur en veilige voorzieningen van groot belang. De digitalisering heeft bij UWV een grote vlucht genomen. Het beveiligingsniveau van DigiD voldoet steeds minder. Het eID-stelsel lijkt op de langere termijn perspectief te bieden. Wij dragen bij aan de ontwikkeling van het eID-stelsel en bouwen eigen kennis op over dit onderwerp. De ontwikkeling van eID is nu zo vergevorderd dat pilots mogelijk zijn om deeloplossingen en technieken te beproeven. Verder heeft UWV zich gecommitteerd om eind 2015 te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR). De implementatie van de BIR-maatregelen vindt plaats op basis van de bijdrage die ze leveren aan het reduceren van de belangrijkste risico’s van UWV. Onderdeel hiervan is het actualiseren van belangrijke beleidsstukken. Daarnaast is de governancestructuur rondom Informatiebeveiliging & Privacy (IB&P) verbeterd en wordt een inventarisatie uitgevoerd van de belangrijkste beveiligingsrisico’s.

  • Door de digitalisering en automatisering van onze uitvoering is ook onze afhankelijkheid van ICT-systemen en van de externe leveranciers van die systemen groot. Om de afhankelijkheid van externe leveranciers te verminderen, hebben we multifunctionele teams opgezet die gerichter en effectiever communiceren met applicatieleveranciers over met name de performance. De invoering van functiepuntenanalyse (FPA) leidt tot betere (financiële) sturing van leveranciers op het gebied van beheer en ontwikkeling van applicaties. Bij minicompetities nemen we in de nieuwe contracten exitregelingen op bij onvoldoende presteren van de leverancier. Ook treden we stringenter op tegen leveranciers bij het niet-nakomen van afspraken.

  • Het sociaal akkoord en nieuwe wet- en regelgeving leiden tot een intensievere samenwerking met gemeenten en sociale partners. Per 1 juli heeft UWV een nieuw aanvraagproces geïmplementeerd voor de beoordeling van het arbeidsvermogen van personen. Zowel burgers als gemeenten kunnen nu een aanvraag doen. Het idee is dat de burger via 1 aanvraag 1 keer voor alle doeleinden beoordeeld wordt op zijn arbeidsvermogen. De uitkomst van deze beoordeling kan zijn: Wajong 2015 (duurzaam geen arbeidsvermogen), tijdelijk geen benutbare mogelijkheden en daarom ambtshalve opname in het doelgroepregister, wel arbeidsvermogen maar niet in staat het wettelijk minimumloon te verdienen en daarom opname in het doelgroepregister, of wel arbeidsvermogen maar uitsluitend in een beschutte omgeving. In dat laatste geval krijgen zowel burger als gemeente daar bericht over. De gemeente kan indien gewenst op basis hiervan een Advies beschut werken bij UWV aanvragen. Omdat de burger het wettelijk recht behoudt om expliciet bij UWV een claimbeoordeling Wajong 2015 aan te vragen, bestaat het risico dat er dubbele beoordelingen plaatsvinden.

  • Sociale partners hebben afgesproken de komende jaren een groot aantal mensen met een arbeidsbeperking aan een baan te helpen. Risico is dat de voor de doelgroep beschikbaar gestelde banen onvoldoende aansluiten bij de mogelijkheden van de doelgroep. De doelgroep is als gevolg van de Participatiewet verdeeld over UWV en gemeenten. Onze doelgroep zijn Wajongers (oWajong en nWajong) met arbeidsvermogen. De inzet van extra middelen heeft het mogelijk gemaakt om het arbeidspotentieel in de oWajong beter in beeld te brengen en de match tussen vraag en aanbod te verbeteren. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de beschikbaar gestelde banen meer aansluiten bij de mogelijkheden van deze doelgroep. De maatregelen worden de komende tijd gecontinueerd. De voortgang van de banenafspraak wordt regelmatig met het ministerie van SZW besproken.

  • Doordat moeilijk te voorspellen valt hoe Wajongers (en hun omgeving) zullen reageren op de Participatiewet en welk beroep gemeenten daadwerkelijk zullen doen op niet-wettelijke indicaties, is er onzekerheid over de te verwachten aantallen sociaal-medische beoordelingen. We hebben een capaciteitsprognose opgesteld die ons de komende jaren helpt om te kunnen voldoen aan de verwachte capaciteitsbehoefte. We houden de capaciteit op peil door (basis)artsen en arbeidsdeskundigen (in opleiding) te werven, door het werk anders te organiseren zodat een hogere productiviteit bewerkstelligd kan worden (ook tijdens de opleiding), en door werk en medewerkers tussen de districten uit te wisselen. Om de beperktere productiviteit van nieuw geworven verzekeringsartsen tijdens hun opleidingsperiode te kunnen compenseren, hebben we van het ministerie van SZW extra budget gekregen.

  • UWV moet voor de periode 2016‒2018 een besparing realiseren van € 88 miljoen. Hiervoor zijn we maatregelen overeengekomen met het ministerie van SZW. Op de besparingstaakstelling dreigt een aanzienlijk dekkingstekort. Er bestaat onzekerheid over de realisatie van een aantal maatregelen. Met het ministerie van SZW zijn we in gesprek over de invulling van deze maatregelen. Afgesproken is om de invulling van het dekkingstekort op de taakstelling te bezien in relatie met de andere lopende financiële dossiers. De komende periode zullen we alternatieven voor de invulling van de taakstelling en de andere lopende dossiers nader uitwerken en afstemmen met het ministerie van SZW. Doel is om in de Meerjarige financiële ontwikkelingen 2016–2021 een gezamenlijk gedragen set oplossingen te presenteren.

  • UWV moet de komende jaren als gevolg van aflopende contracten een aantal grote aanbestedingen doen. Dit brengt grote risico’s met zich mee voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en daarmee ook het gevaar van budgetoverschrijding of onrechtmatige inkoop. Bij aanbestedingen staat voor UWV het belang van een ongestoorde bedrijfsvoering en dienstverlening voorop. Om deze niet in gevaar te brengen, is vaak een (lange) transitieperiode nodig, met name bij aanbestedingen die primaire processen en systemen raken. Naast de forse implementatiekosten is er sprake van langdurige dubbele kosten gedurende de transitieperiode (voor zowel de oude als de nieuwe leverancier). Bij de aanbestedingen zal daarom steeds op strategisch niveau een afweging moeten worden gemaakt tussen het beperken van de onrechtmatigheid en aanzienlijke transitiekosten óf hogere onrechtmatigheid en lagere kosten.