Verzekeringsgeneeskundige capaciteit

De komende jaren hebben we veel extra taken te vervullen, terwijl veel verzekeringsartsen binnen afzienbare tijd met pensioen gaan. Om de komende jaren onze wettelijke taken te kunnen uitvoeren, kiezen we voor een meersporenbeleid. We blijven vertrekkende verzekeringsartsen vervangen. Tegelijkertijd maken we  ̶  vooral op de korte termijn  ̶  gebruik van een flexibele schil, bijvoorbeeld voor de afhandeling van bezwaar- en beroepszaken. Verder hebben we maatregelen getroffen om de opleidingscapaciteit te vergroten, de productiviteit van verzekeringsartsen tijdens hun opleiding zo veel mogelijk te benutten en aan te sturen op afronding van opleidingen. Ook werken we met taakdelegatie. Hierbij doet een sociaal-medisch verpleegkundige of medisch secretaresse onder verantwoordelijkheid van de verzekeringsarts werk dat de arts voorheen veelal zelf deed. Zo kunnen we de artsen inzetten waar ze de hoogste toegevoegde waarde hebben.

De groei van het aantal verzekeringsartsen dat met taakdelegatie werkt blijft nog achter bij de verwachting. Op de langere termijn investeren we in gerichte arbeidsmarktcommunicatie, actieve werving, relatieopbouw met universiteiten en beroepsverenigingen, verbetering van het imago van verzekeringsarts, het binden en boeien van jonge artsen die bij ons in dienst treden en het creëren van een flexibele schil.

In 2014 hebben we 80 fte’s aan basis- en bedrijfsartsen geworven die de opleiding tot verzekeringsarts gaan volgen (AIOS). In 2014 zijn daarnaast op tijdelijke basis 70 basisartsen aangetrokken die in afwachting zijn van een opleidingsplek in een kliniek of die nog geen specialisatie gekozen hebben (ANIOS). Wij bieden deze basisartsen de mogelijkheid om, na een verkorte opleiding, een jaar ter overbrugging voor ons te werken en kennis te maken met het vak van verzekeringsarts en met UWV. Ondanks deze maatregelen blijft het een uitdaging om de bezetting van verzekeringsartsen op peil te houden. Er zijn nu 161 artsen in opleiding tot verzekeringsarts.